Winnaar gouden vleugel in 2005 en 2009

 

 

 

 

Welkom liefhebbers

 

Hoe ik als zesjarige knaap met duiven start, nadien meer dan vijftien jaren duiven ga keuren, zelf een boek schrijf, en opnieuw start met acht uitgeselecteerde late duifjes in 2000, om vervolgens na vijf jaar

 

Nationaal Barcelona 2005 te winnen.

 

 

Mijn biografie

Het begon allemaal in 1966

Als zesjarige knaap was ik al gefascineerd door vogels en meer specifiek de postduiven. Mijn vader had paarden maar ik zat liever bij de buurman tussen de duiven. Van die man kreeg ik ook mijn eerste duifjes. Maar waar moest ik die in hemelsnaam zetten. Mijn ouders hadden nog een oude kast en die zou dienst moeten doen als hok. De deuren gingen eraf , draadwerk ervoor en mijn hok was klaar. De kast stond in de garage. Zes jonge duifjes van 1966 verhuisden naar de kast. Nadien zette ik de garagepoort open zodat de duifjes buiten konden. Het ging allemaal perfect alleen moesten de duiven de garage invliegen om hun kast te bereiken en vaak zaten de duiven op de auto met alle leuke gevolgen. Hiervoor moest ik een oplossing vinden, en ik monteerde wielen onder de kast. Nu kon ik de kast buiten rijden en konden de duiven meer genieten van zon en open lucht. De duifjes vonden altijd de kast terug zelf al reed ik deze tot achteraan in de tuin.

 

 

Eerste hoklijst in 1968

In 1968 had ik mijn eerste hoklijst en daar stonden toen acht duiven op. De jaren nadien heb ik ervaren dat je de duiven microbe kan hebben maar dat de finesse van de sport je enkel maar kan leren van liefhebbers die al jaren in de hobby zitten. Ik had het niet meegekregen van vader op zoon dus moest ik bij andere liefhebbers in de buurt gaan kijken en luisteren. Nadien heb ik altijd duiven gehad , zowel tijdens mijn studies, mijn legerdienst en zelfs als er vrouwelijk schoon in mijn leven kwam. Meermaals heb ik toen beroep kunnen doen op mijn moeder, die de duiven verzorgde en altijd een trouwe fan is gebleven. 

 

 

Mijn eerste goede duif in 1980.

In 1978 kreeg ik een vreemde duif binnen van een liefhebber uit Berlaar. Deze is het duifje komen ophalen en beloofde om een koppel duiven te schenken omdat ik een jonge leergierige liefhebber was. Het was een zekere Marcel Busschots uit Berlaar genaamd “de mast” en was familie van Houben uit Itegem. In 1979 kreeg ik zoals beloofd een koppel duifjes. Het was toevallig een doffer en duivin en werden in 1980 tegen elkaar gekoppeld. Ik kweekte er vijf blauwe doffers uit en één geschelpte duivin uit de tweede ronde. Deze duivin was mijn eerste goede duif. Na het opleren vloog deze duivin dadelijk vroege prijzen om uiteindelijk op de halve fond in Union Antwerpen twee maal bij de eerste tien te vliegen. De doffers waren goede prijsvliegers maar daar was alles mee gezegd. Nadien ben ik verder gaan studeren en geraakten de duiven op het achterplan. In 1985 ben ik verhuisd naar de schawijkstraat 64 in Ranst. Daar timmerde ik een hok met oude rolluiken.

 

 

Mijn eerste overwinning uit Dourdan in 1990.

 

In 1989 had ik nog steeds mijn goed duivinnetje van in 1980 dat toen al negen jaar oud was. Ik heb toen een mooie duiver gekregen van mijn buurman, die trouwens een zéér goede vitessespeler was. Uit dit koppel had ik drie jongen en in 1990 vloog één van deze duiven als jaarling de 1° prijs vanuit Dourdan. Het was mijn eerste overwinning, en vanaf dat moment was er één en al euforie en begon ik stipter de duiven te verzorgen om nog betere resultaten te behalen.

 

 

Mijn roeping was de fond. Ik droomde van Barcelona.

Maar mijn echte roeping was de grote fond omdat ik eind de jaren tachtig regelmatig bij Alfons Werrebroeck uit Wommelgem de duiven ging opwachten bij de thuiskomst van Barcelona. Van hem kocht ik mijn eerste duif en kreeg ik er enkele eitjes bij. Het was een zoon uit zijn fameuze Blauwe Barcelona met de Boerin van Van Renthergem. Ik begon met de nakweek van deze duiven verder te spelen met matig succes, omdat ik het engelengeduld nog niet had om met fondduiven om te gaan, en was van mening dat deze duiven niets waard waren omdat ze van de snelheidsvluchten altijd te laat thuiskwamen. En dit was een grote teleurstelling na die overwinning vanuit Dourdan in 1990.

 

 

Raymond Van Steenberghe.

Ik heb eind jaren tachtig bijna alle duivenboeken gelezen, en op zeker ogenblik las ik het boekje: “word keurder op eigen hok”. Dit was geschreven door een zekere Raymond Van Steenberghe uit Hemiksem. Het boekje handelde in tegenstelling tot zoveel andere over het keuren van duiven, hoe de spieren moeten aanvoelen hoe je het ademhalingsstelsel en de pluimkwaliteit kan beoordelen. De auteur zelf kon er dan nog mooie prestaties naast leggen. Ik wou die man ontmoeten en een jaar later, via Mr. Vereecke (“het bamiske”) kwam ik in contact met Raymond. Het was een volkse man en had een grote voorliefde voor de grote fond en spieren keuren was zijn hobby. Hij had immers samen met Piet de weerd en de gebroeders Oomen uit Breda bekende hokken bezocht in Belgë en Nederland. Door mijn leergierigheid moest en zou ik het keuren willen leren. Vele uren heb ik nadien doorgebracht in Hemiksem om maar meer te leren over hoe ik duiven kon keuren om met benadering hun sportieve waarde te schatten. Met veel geduld heb ik dit geleerd maar meer daarover in het onderdeel van mijn boek op deze site. Van Raymond kreeg ik ook mijn eerste duiven en kocht nadien tien koppels bij hem. Met deze duiven ben ik dan verder gegaan en heb deze gekruist met duiven van buur Frans Van Der Schraelen, duiven van Rinus Minnaerd uit Krabbendijke NL en kocht ik een laat duivertje van Jan Walpot. Successen lieten niet op zich wachten en mijn eerste Barcelonavlieger was de “Nick Barcelona”een kruising van Van Der Schraelen met de andere rassen die ik had. Nadien zijn er dan nog duiven bij gekomen van Dominicus uit Goes. Tussen 1990 en 1999 had ik veel plezier aan mijn duiven en kon ik proeven van succes op de internationale vluchten. Ik speelde toen reeds een 85° nationaal van PAU en in 1999 de eerste provinciaal vanuit CAHORS. Het was juist Raymond Van Steenberghe die mij nadien de raad gaf om een boek te schrijven over het keuren omdat hij beweerde dat ik inmiddels even goed duiven kon beoordelen als hijzelf. Vanaf toen ben ik elke winter duiven gaan keuren bij liefhebbers en op verkopingen, om mijn techniek en gevoel te verfijnen. Ik ben dan ook met de voorbereidingen van mijn boek begonnen, omdat ik na enkele jaren kon vaststellen dat er wel degelijk heel veel verschil was in fysische kwaliteiten bij sportduiven. Van Steenberghe was op de hoogte van mijn plannen, maar is spijtig genoeg toen overleden. Toch heb ik verder gewerkt aan mijn boek dat dan in 2000 op de markt is gekomen onder de titel: “topduiven onder het keurend oog”. Omdat ik bij de voorbereidingen van mijn boek, meer dan 60 cracks in mijn handen had gehad, en vele duiven had kunnen keuren bij liefhebbers die aan de top staan, was de tijd rijp om zelf materiaal aan te schaffen om naar de zware fond te trekken, en de theorie in de praktijk te toetsen. Ik had een type duif voor ogen dat naar mijn normen het best geschikt was om de zware vluchten tot een goed einde te brengen. Ik kan dit type het best beschrijven als de arabische volbloedpaarden. Niet te groot van stuk met fijne poten, maar met een ongelooflijk temperament en uithoudingsvermogen.

 

 

Cor de Heijde

 



Tijdens het maken van mijn boek ben ik bij vele liefhebbers in binnen- en buitenland geweest. Ik heb meer dan vijftig nationale en internationale topduiven in mijn handen gehad, en zo kwam ik in contact met enkele liefhebbers, waaronder ook Cor de Heijde uit Made in Nederland. Deze man had naar mijn keurnormen zulke complete duiven zitten dat ik iets wou bemachtigen van zijn stam. Ik wou van het milleniumjaar gebruik maken om een nieuwe start te maken. Ik heb toen al mijn duiven weg gedaan en ben in 2000 gestart met acht late duifjes die ik stuk voor stuk had mogen uitkiezen, en dit o.a bij Cor de Heijde , de gebroeders Bruggeman en een duifje van Luc Sioen. Ik koppelde deze onder elkaar in 2001 en in 2003 waren de eerste successen er al met een 3 op 5 nationaal vanuit Marseille beginnend met 149° en 171°(broer Queen Tonny) nationaal. In 2004 was het de beurt aan het Pauduifje(zus Queen Tonny) met 62° internationaal. Een week later vliegt een laat jaars duivertje( "de wondere late") op acht oude nestpennen een 51° nationaal uit St-Vincent van meer dan 10500 duiven en nog geen twee uur later won mijn eerste duif vanuit Barcelona de 684° nationaal. Deze duivin zou een jaar later in 2005, geschiedenis schrijven met het winnen van de 1°nationaal Barcelona en de 4° internationaal. Maar ook de fel begeerde gouden vleugel bracht dit prachtig licht kras duivinnetje naar huis en werd omgedoopt tot QUEEN TONNY.

 

 

 

 

Ze werd geboren uit een late doffer van 2000 van Cor en het duivinnetje van Luc Sioen. De late doffer van Cor de Heijde (de WITPEN NL 00-2117637)was een kleinzoon van de 1° nationaal Barcelona van Walpot en ook tevens van de fameuze “Barcelonaduif” van Cor de Heijde, die 1°-7°en 15° nationaal Perpignan en 21° nationaal Barcelona vloog. Haar dochter het "Diamantje", die de moeder was van de Witpen was een duifje uit de duizend en is nadien bij Cor moeder geworden van echte kopvliegers. Dat het goed bloed was bewees een broer van de witpen in 2001. Het was de “Nick” van Cor die de 1° vloog uit de moordend zware Bordeaux van 5478 duiven. De moeder van Queen Tonny was het Sioentje(B00-3040218). Ik had bij Luc mogen kiezen uit een ren waar wel vijftig jonge- en late duiven zaten. Het zesde duifje dat ik handen kreeg was een klein geschelpt blokje. Het was zulk een compleet duifje dat ik tegen Luc zei: “Luc ik denk niet dat ik in deze ren nog een beter duifje ga vinden”. Luc een beetje verrast maar misschien wel blij dat we niet alle duiven moesten pakken ging dan kijken in de computer uit welke duiven het stamde. Het was een inteelt duivinnetje uit een zoon-dochter koppeling van BRECHT X BRILJANTJE. “Brecht” was de 1 ste nationale asduif Fond van 1992 en het “Briljantje was een rechtstreekse dochter uit de stamvader van Cor de Heijde, “DE KLAMPER”.

DE WITPEN was een zéér temperamentvolle duiver, met een ranke lange lichaamsbouw, en ogen vurig en vol als rode wijn. Hij werd mijn absolute stamvader en vader van o.a 1° nat Barcelona, 51° nat St-Vincent, 62° int Pau en grootvader van 2° nat Barcelona, 4° nat Barcelona, 16° nat Pau en overgrootvader van 5° nat Bordeaux, 29° nat Soustons en 67° nat Irun.

In 2002, hetzelfde jaar dat Queen Tonny werd geboren had ik van Cor een zuster van “DON MICHEL”(NL00-2117654) te leen. DON MICHEL een crack die niet miste en maar liefst acht prijzen vloog waarvan vier bij de honderd eerste nationaal. Zo vloog hij: 17-°21°-149°-306°nationaal Perpignan, 39°- 58°-179° nationaal DAX en nog een 164° nationaal Marseille. De 654 duivin werd gekoppeld tegen de WITPEN en hieruit werden de C-SISTERS geboren. Het waren CLARISSA, CLAUDIA, CYNTHIA, CORRY en CORA. Deze duivinnen waren allen ook kleindochters van de fameuze PERPIGNAN van Cor De Heijde en tevens halfzussen van de eerste nationaal Barcelona en zorgden voor fantastische afstammelingen zoals de ICARUS ( 4° nat Barcelona, 16° nat Pau, 149° nat Irun en 315°nat St-Vincent) ,PENELOPE (2° nat Barcelona) en Zora (85°nat Barcelona).

Ook een bijzondere kweekduif was de “ZOON GRIJS” NL00-0035385, een zoon van het fameuze “GRIJS” van Cor dat in 2001 de 8° nat St-Vincent vloog tegen 16486 duiven en tevens kleinzoon van de Klamper. Samen met de grijze soort van vriend Gerard Rozenbrand Jr. uit NL, die een rechtstreekse dochter had uit het grijs van Cor, was dit een introductie van mijn grijze soort. Zo kweekte ik uit een grijze doffer die op het vlieghok gekoppeld stond tegen PENELOPE mijn grijsje dat de 67° nat Irun vloog in 2007 als jaarling.

Om de lijn van DON MICHEL vast te ankeren is er sinds twee jaar een rechtstreekse zoon van DON MICHEL via Eddy D'Heedene, die er geen succes mee had, naar Ranst gekomen. Het is de NL00-0035403 hij stamt uit Don Michel met de kleindochter van de klamper die de 22° nat Perpignan vloog. Hij is tevens een halfbroer van de vader van de 1 ste nationale asduif van Etienne Meirlaan in 2008. Ik koppelde deze doffer in 2008 tegen een dochter van Queen Tonny en hieruit kwam PABLO die 29° nat Soustons vloog als jaarling, en dit jaar 132° nat Perpignan '10.

Verder zijn er van Cor de Heijde via samenkweek nog verschillende duiven aangeschaft zoals een inteelt doffer van het “Diamantje”. Nadien is er ook nog een doffertje uit Queen Tonny gekoppeld aan haar eigen vader (de Witpen) naar Cor gegaan die hem omdoopte als "Jesse" en nu grootvader is van de 6° nat Dax 2010. 

Een zoon van het “GOUDEN BLAUW” 1994, die moeder en grootmoeder is van 3° nat Souston, 4° nat Dax, 6° nat Carcasonne , 9° nat Dax en 13° nat Perigeux kreeg ik te leen van Cor, en zijn kweek is veelbelovend, omdat uit de koppeling ZOON GOUDEN BLAUW samen met Queen Tonny, "Saartje" werd geboren in 2008, die 283° nat Barcelona vliegt van 12641 duiven in 2010 op haar eerste Barcelona, en in 2011 van Barcelona al voor Vijf uur was binnengewipt alvorens ik het electronisch systeem had ingeschakeld. Om 07.53 uur vond ik Saartje op het hok en won uiteindelijk de 140°nationaal. De grootste tegenslag die ik ooit ben tegengekomen in de duivensport en waarvan ik enkele dagen echt ziek ben geweest. Had ik maar de avond ervoor het systeem aangezet of de ingang tot het hok afgesloten dan had ik ze om 04.55 uur zien zitten als ik het systeem heb opgezet. Dom, eigen fout, weg tweede nationale overwinning. Nu kop op en verder focussen naar de toekomst.

 

Andere bloedlijnen

 

In 2005 moest ik duiven keuren bij mijn vriend Gunther Ceulemans uit Emblem. Hij wou enkel nog fond gaan spelen nadat zijn vader gestorven was. Bij het keuren van de duiven kwam ik een doffer tegen, die al negen jaar oud was, met een eivormige pupil in één oog. Hij zag dit niet graag en had er om die reden bijna niet uit gekweekt. Omdat ik in mijn keurderscarrière nog geen twintig duiven in mijn handen had gehad, die zulke perfecte kwaliteiten hadden voor de zware fond vroeg ik om hem te mogen lenen voor een koppel jongen. Ik koppelde deze doffer aan een van de C-sisters (CORA). Een duivinnetje hieruit is naar Gunther gegaan en de doffer is bij mij gebleven en werd ICARUS

In het najaar van 2005 (na het winnen van Barcelona) ben ik speciaal op zoek gegaan naar een gepaste doffer voor Queen Tonny. Ik kocht toen op de totale verkoop van Leo Kouters een jaarse doffer die de 71° nat Bergerac had gevlogen. Ik noemde hem "het Blokje" en deze werd in 2006 gekoppeld aan Queen Tonny. Kinderen uit deze koppeling gaven nadien 5° nat Bordeaux; 29° nat soustons, 40° nat Soustons, 5°nat Bergerac en 78°nat St-Vincent.

Het Blokje is hierdoor een van de belangrijkste basiskwekers geworden in kruising met de C de Heijde duiven.

In de winter van 2006 is er eerder toevallig met het keuren bij mijn vriend G. Rozenbrand uit NL, een halfbroer van "RODICO"( 1° internationaal Barcelona 2006) naar mij gekomen. De vader van deze duif is een halfbroer van de 1° Internationaal Perpignan 2004 van Lei Curvers-De Weerd en de moeder is ook moeder van Rodico. 

 

 

 

BARCELONA van 2009, eentje om nooit te vergeten.

 

Het weekend van 4juli 2009 had ik 12 duiven mee op Barcelona en 16 jaarlingen op Soustons.

Om 9.45 u werden de Barcelonavliegers gelost . Er stond een noord-westwind en het was bij lossing al 28°C. Heel dat weekend was het in Frankrijk en België hoog zomer en het is dan ook een Barcelona geworden die menige doet denken aan de editie van 1987.

Ik verwachte de duiven ongeveer rond negen uur zowat hetzelfde als de Barcelona van 2005 die ik Nationaal won aan 1041 m/min. Om 09.43 uur kwam recht uit het zuiden een duifje half hoog aangevlogen. Als een kogel liet het zich vallen en streek neer op de valplank. Het duifje had deze plank amper geraakt en was al binnen. Ik was verbaasd en de emotie van de editie van 2005 kwamen dadelijk terug boven omdat ik nog zo weinig had gehoord uit de voorkant van het land. Bij het aanmelden was het de eerste duif en al snel zag mijn zoon dat ik helemaal bovenaan stond met de meldingen op Pipa. Een half uurtje later arriveerde Eddy Grootjans reeds, die een foto kwam nemen voor sportblad “De duif”, omdat ik al zeker de eerste provinciaal won. Ik was op dat ogenblik nog niet zeker van de overwinning. Toen ik mooi poseerde voor de foto kwam een tweede duif als een kogel aan, maar omdat we vlak voor het hok stonden heeft hij een toer gemaakt maar is dan snel binnen gekomen. Het was ICARUS mijn eerst afgegeven duif en al goed voor 16°nat PAU in 2007. Toen ik deze duif meldde was er provinciaal nog geen andere duif bij gekomen.

 

Uiteindelijk vlogen PENELOPE en ICARUS op deze Barcelona:

 

1° en 2° provinciaal 1559 duiven bijna een uur vooruit op de derde duif.

2° en 4° nationaal  van 13503 duiven.

5° en 9° internationaal van 27627 duiven.

en de snelste serie internationaal.

 

 

 

 

 

 

 

1° en 2° provinciaal en dit bijna één uur vooruit op de derde duif van de provinciale uitslag van 1559 duiven.

2° en 4° nationaal van 13620 duiven.

5° en 9° Internationaal van 27627 duiven.

Aan 1035 en 993 m/min.

Icarus was mijn eerst afgegeven duif en snel begon ik al te dromen dat ik misschien wel terug de gouden vleugel kon winnen. In de loop van de namiddag kreeg ik officieel bericht van de Brugse Barcelona Club dat ik inderdaad terug de gouden vleugel winnaar was van de editie 2009.

De Jaarlingen deden het die dag ook voortreffelijk vanuit SOUSTONS.

Mijn twee eerste duiven waren twee kleinzoons van Queen Tonny (1°nat Barcelona 2005) en wonnen

2° en 35° provinciaal van 1035 duiven

29° en 222° nationaal van bijna 10000 duiven.

 

 

 

 

 

Mijn boek:

 

Topduiven onder het keurend oog

uitgekomen in 1999.

 

fransbungeneers.be© 2010 • Privacy Policy • Terms Of Use